nederlands
english

Kennisbank Sociale Innovatie

Best practices en andere informatie over Sociale Innovatie, Slimmer Werken en Innovatief Organiseren

Terug naar start

Kenmerken

  • Datum van publicatie: 15 januari 2019
  • Datum van plaatsen: 15 januari 2019

Delen

Acties

Waardering:
Waardering: ESB Dossier, Digitale platformen; de economie van klussen, delen en liken
SluitenX

We werken nu nog met veel plezier
aan sociale innovatie, maar het NCSI
stopt per 1 april 2012 haar activiteiten!

Hoe lang kunt u ons nog bereiken?

ESB Dossier, Digitale platformen; de economie van klussen, delen en liken

2018 - Het blad Economische en Statistische Berichten (ESB) heeft een dossier uitgebracht over ‘Digitale platformen; de economie van klussen, delen en liken’.

‘Het platformbedrijf’ bestaat niet, evenmin als ‘de platformwerker’. De grote Silicon Valley bedrijven (Google, Microsoft, Amazone…) worden er onder gerekend. Maar in Nederland denkt men -volgens de inleiding bij dit nummer - vooral aan crowdfunding start-ups en platform klusbedrijven naast de bekende bedrijven die diensten of producten of arbeidskracht leveren via digitale platformen in de horeca vervoer of zorg.

In de artikelen en in de verschillen tussen de artikelen merk je het probleem van afbakening en vraag je je soms af: hebben ze het over hetzelfde?

De diverse bijdragen zijn ondergebracht in vier rubrieken: Platformen, Arbeidsmarkt, Publieke belangen, Marktmacht.

In het onderstaande vatten we de vier bijdragen in de rubriek Arbeidsmarkt kort samen omdat deze artikelen het meest aansluiten bij ons onderwerp: sociale innovatie.

 

Kluseconomie is meer dan Uber en Deliveroo

Koen Frenken en Jaap van Slageren (pp.27-31) zoeken naar een goede omschrijving van het begrip ‘kluseconomie’ met een breder perspectief dan alleen Uber en Deliveroo omdat dat leidt tot betere vragen.

Zij komen tot de volgende omschrijving: alle arbeid die in op zichzelf staande taken kan worden opgedeeld, kan tot de kluseconomie behoren. Zo kunnen klusplatformen ook in publieke sectoren succesvol worden. In sectoren waar werk altijd al een free-lance karakter had, is de kluseconomie niet disruptief, maar voor velen die daar actief zijn een welkom extra verkoopkanaal.

Maar de groei en de uitbreiding naar nieuwe sectoren van de kluseconomie hebben al vragen voor beleid opgeroepen en zullen nieuwe maatschappelijke vragen te weeg brengen. Platformen koppelen niet alleen vraag en aanbod, maar reguleren de transacties ook om de consument te beschermen én om de winst te maximaliseren. Moeten zij nu gezien en ‘belast’ worden als werkgevers of uitzendbureaus? Zijn medewerkers ZZP-ers of werknemers, hebben zij bescherming nodig en hoe kunnen zij het beste beschermd worden? Hoe om te gaan met digitale klussen die door werkenden van all over the world uitgevoerd worden?

 

Holistische duiding van de arbeidsrelatie maakt het platformeconomie moeilijk

In dit artikel zet Hanneke Bennaars (pp.32-37) uiteen dat de holistische duiding van de arbeidsrelatie het voor de platformeconomie moeilijk maakt om bijvoorbeeld op een deelaspect de werkenden tegemoet te komen. Als een platform bijvoorbeeld verzekeringen aanbiedt, dan zal die arbeid bij rechterlijke toetsing eerder beoordeeld worden als werken volgens een arbeidsovereenkomst met alle wettelijke bescherming en verplichtingen voor de werkgever die daar bij horen. En veel platforms willen dat juist vermijden. Bennaars stelt dat ‘hoe de balans moet zijn tussen bescherming van de werkers en ondernemersvrijheid een rechtspolitieke keuze is.’

 

Een eerste verkenning van platform-ZZP-ers

Sarike Verbiest en Peter Smulders schrijven over een eerste statistische verkenning naar platform-ZZP-ers. Zij baseren zich op de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2017 (ZEA). In de ZEA zijn ZZP-ers ‘zelfstandigen die winstaangifte doen’. De schrijvers verwijzen naar het onderzoek van Huws et al, 2017 die stellen dat 69% van de platformwerkers ‘werknemer’ is en 10% bestaat uit zelfstandigen. (NB. Uit bijdragen elders in dit nummer komt juist naar voren dat de werkenden in platformen vooral zelfstandige ondernemers zijn en dat de platformen dat ook graag zo veel mogelijk zo houden….. En wat dan de overige 21% is, blijft hier onbenoemd.) Uit de ZEA blijkt dat slechts 5,2% van de ZZP-ers die winstaangifte doen, gebruik maakt van digitale platformen als wevingskanaal en voor 2% is dat het enige kanaal. Deze kleine groep ZZP-ers (klein in verhouding tot de totale groep van platformwerkers en klein ten opzichte van de totale groep van ZZP-ers) zijn vaker hoogopgeleid, doen specialistisch (IT-) werk en hebben bewust voor zelfstandig ondernemerschap gekozen. Zij hebben wel meer zorgen om de toekomst van hun onderneming dan andere ZZP-ers die de Enquête invulden.

 

Platformwerk ontwricht ons arbeidsbestel

In deze uiteenzetting stellen George Evers en Frank Pot dat platformen de arbeidsmarkt dreigen te ontwrichten omdat er geen sprake is van zelfregulering en er ook geen regulering door de overheid wordt voorzien. Er is een grote variëteit in platformwerkers maar de meeste werken als zelfstandig ondernemer, aangesloten bij een platform. Daarmee liggen de ondernemersrisico’s bij deze werkenden.

De kwaliteit van de arbeid van deze werkenden laat veel te wensen over: er zijn nauwelijks leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, beperkte medezeggenschap en autonomie, vaak zijn er onveilige situaties en het kan ‘klikwerk’ zonder zingeving inhouden. Het werk wordt aangestuurd door algoritmen die niet transparant zijn. De app is de baas en er is een voortdurende digitale controle.

Er is sprake van machtsongelijkheid door aanzienlijke afhankelijkheid van ondoorzichtige algoritmen en het sterk geïndividualiseerde werk. Tegenmacht ontwikkelen door je te organiseren met lotgenoten wordt bemoeilijkt doordat ZZP-ers zich niet mogen organiseren om tariefafspraken te maken, want dat zou kartelvorming betekenen.

De schrijvers stellen dat de omvang en het aantal van de platformen nog beperkt zijn, maar zij verwachten een sterke groei. Daarom is het van belang om snel iets tegenover die ontwrichting te stellen. Overheid en sociale partners moeten daarover afspraken maken. De auteurs doen in dat verband de volgende voorstellen. Er moet één stelsel van sociale zekerheid voor alle werkenden komen. De werking van algoritmen moet onderdeel zijn van de informatie over werkomstandigheden. Vakbonden kunnen coöperatieve platformen helpen oprichten, platformen in eigendom van de deelnemers die het verdienmodel bepalen.

 

Referentie

Economisch Statistische Berichten. Dossier, ‘Digitale platformen. De economie van klussen, delen en liken’. nummer 47685, 20 december 2018 - jaargang 103.

 

Thema: Arbeidsverhoudingen

Sector: n.v.t.

Bron: artikelen